25 November 2022

Fiscus brengt verduidelijking in de vergroening van het bedrijfswagenpark.

De Minister van Financiën heeft hoog ingezet op de vergroening van uw (toekomstige) bedrijfswagenpark. De overgang naar emissievrije wagens is daarbij onvermijdelijk, vanuit fiscaal en parafiscaal oogpunt bekeken dan toch. De vanaf 01/07/2023 nieuw aangekochte niet-emissievrije wagens zullen voor de werkgever onverbiddelijk inboeten aan fiscale aftrekbaarheid én resulteren in een (gradueel) hogere CO2-solidariteitsbijdrage. Het kostenplaatje voor uw bedrijfswagenpark zal daardoor onvermijdelijk de hoogte ingaan en is een verdubbeling van de huidige kost op termijn niet uitgesloten. Dat is althans zo wanneer u uw bedrijfswagenpark na 01/07/2023 blijft hernieuwen met niet-emissievrije wagens.

Wat u als HR moet doen om de kost toch aanvaardbaar te houden is slim omgaan met uw huidige bedrijfswagenpark, ook dat biedt namelijk mogelijkheden.

 

1          Kantelmoment(en)

Bij die vergroening zijn twee belangrijke data te onthouden.

Zo is 31/12/2022 allereerst belangrijk voor de fiscale aftrekbaarheid van de brandstofkost van plug-in hybride wagens. Het is immers zo dat voor plug-in hybride wagens aangeschaft vanaf 01/01/2023 de aftrekbaarheid van de brandstofkost beperkt is tot 50% en losgekoppeld is van het aftrekpercentage dat geldt op basis van de CO2-uitstoot voor de wagen. Zo hoopt de Minister ook de plug-in hybride rijder aan te sporen om zo veel als mogelijk emissievrij (lees elektrisch) te rijden.

En dan heb je ook nog 01/07/2023 als algemeen kantelmoment.

Alle niet-emissievrije wagens aangeschaft tussen nu en 01/07/2023 blijven verder genieten van dezelfde fiscale aftrekbaarheidsregels zoals die vandaag gelden, evenwel met als uitzondering de brandstofkost voor de plug-in hybride wagen (zie hiervoor).

Voor niet-emissievrije wagens (en dus ook plug-in hybride wagens) aangeschaft tussen 01/07/2023 en 31/12/2025 blijven dezelfde fiscale aftrekbaarheidsregels van toepassing maar met een plafond van 75% waarbij vervolgens dat plafond gradueel zal verlagen naar 50% (voor wagens aangeschaft vanaf 01/01/2026), 25% (voor wagens aangeschaft vanaf 01/01/2027) en 0% (voor wagens aangeschaft vanaf 01/01/2028). Tegelijk verdwijnt ook de minimum aftrekbaarheid van 50% en 40% voor wagens respectievelijk met minder en meer CO2-uitstoot dan 200gr/km.

⇒ In de praktijk zullen weinig van die niet-emissievrije wagens het vooropgestelde plafond halen. De fiscale aftrekbaarheid zal bijgevolg sneller afnemen dan de plafonds doen vermoeden en zal omgekeerd de kost voor het wagenpark sneller doen stijgen !

Voor reeds in gebruik zijnde niet-emissievrije (en dus ook plug-in hybride) voertuigen wijzigt er niets.

 

2          Maar er is ook nog de CO2-solidariteitsbijdrage

Voor niet-emissievrije wagens aangeschaft vanaf 01/01/2023 zal de maandelijkse CO2-solidariteitsbijdrage, berekend in functie van het type van brandstof en de CO2-uitstoot van de wagen, verhoogd worden met een factor x2,25 en dit tot en met 31/12/2024.

Die factor zal gradueel verder verhogen naar x2,75 (01/01/2025 tem 31/12/2025), x4 (01/01/2026 tem 31/12/2026 en x5,5 (vanaf 01/01/2027).

⇒De door de werkgever te betalen CO2-solidariteitsbijdrage zal in vele gevallen na verloop van tijd hoger liggen dan het jaarlijks aan te rekenen voordeel van alle aard in hoofde van de werkgever.

De combinatie van de fiscale aftrekbeperking en verhogingsfactor van de CO2-solidariteitsbijdrage zal zonder twijfel een belangrijke financiële impact hebben op de kostprijs van uw wagenpark. Het feit dat deze CO2-solidariteistbijdrage als een sociale zekerheidsbijdrage een 100% fiscaal aftrekbare kost voor de werkgever blijft (althans voorlopig) doet op zich geen afbreuk aan de vaststelling dat de aanschaf van niet-emissievrije bedrijfswagens in de (erg) nabije toekomst een zeer dure kostenpost zal worden.

 

3          Maar wat is nu die “aanschaf” van het voertuig?

De fiscus heeft recent verduidelijkt dat zij met het aanschaffen van een wagen de situatie viseert waarin de bestelbon is opgemaakt en getekend door de koper én verkoper voor de startdatum van de nieuwe regel(s).

Voor leasingovereenkomsten geldt de datum van ondertekenen van de leasingovereenkomst. Om vervolgens alle twijfel over de “exacte” besteldatum te vermijden zet de leasingmaatschappij de wagen best meteen in bestelling bij de verdeler, dus ook voor 31/12/2022 of 01/07/2023.

De fiscus waarschuwt tegelijk ook voor situaties van simulatie door de leveringsdatum zo ver als mogelijk uit te stellen naar de toekomst om zo lang mogelijk van de bestaande fiscale regels te kunnen blijven genieten. Echter, vertragingen in de levering zijn vandaag geen uitzondering meer. Het is daarom belangrijk om te kunnen aantonen dat de vertraging een situatie van overmacht is.

Bij de verkoop van tweedehandswagens gelden de fiscale regels die van toepassing zijn op het moment van ver-aankoop van de tweedehandswagen. Met andere woorden, koopt u een tweedehandswagen in 2025, dan gelden de fiscale regels die van toepassing zijn in 2025. Voor leasingovereenkomsten met aankoopoptie (reeds voorzien in de leasingovereenkomst op het moment van afsluiten van de leasingovereenkomst (!)) geldt als regel dat bij het lichten van de aankoopoptie de fiscale regels van toepassing blijven zoals die bestonden op het ogenblik van het afsluiten van de leasingovereenkomst.

De RSZ van haar kant heeft nog geen verdere verduidelijkingen bekendgemaakt, maar verwacht kan worden dat zij dezelfde regels zal toepassen als de fiscus.

 

4          Wat nu ?

Het staat niet ter discussie dat op korte tijd belangrijke beslissingen moeten genomen worden.

De beslissingsboom start m.i. met de vraag of de bedrijfswagen nog een toekomst heeft in uw onderneming en zo ja, in welke mate moet het huidige park en policy dan hertekend worden om tegemoet te komen aan de toekomstige fiscale (en parafiscale) regels.

Daaraan gekoppeld is het van belang op te lijsten wanneer de wagens moeten vervangen worden.

Voor wagens aangekocht op een datum voor 01/07/2023 is er op zich geen manifest dringend probleem. U kan de wagen verder ter beschikking blijven stellen onder dezelfde fiscale (en parafiscale) regels zolang de wagen blijft rijden. Dat geeft u vanzelfsprekend extra tijd om een beslissing te maken voor de toekomst en kan u voorlopig een kostenbesparende strategie volgen in afwachting van een stijgend marktaanbod en dalende prijzen van emissievrije wagens.

Voor geleasede voertuigen ligt dat anders.

Daarbij loopt een leasingtermijn en die kan je niet oneindig in de tijd verlengen.

Voor leasingovereenkomsten met een aankoopoptie biedt het lichten van de aankoopoptie opnieuw extra tijd om een beslissing te maken rond de toekomst van het bedrijfswagenpark. Door het lichten van de aankoopoptie komt de wagen in eigendom van de werkgever maar blijven wel dezelfde fiscale regels gelden als die van toepassing waren op het ogenblik dat de leasingovereenkomst werd afgesloten (zie hiervoor), ook al valt het lichten van de aankoopoptie na 01/07/2023.

Maar zo kan u ook beslissen om bij aflopende leasingovereenkomsten de aankoopoptie niet te lichten en over te stappen naar de aankoop van nieuwe wagens. Indien u deze nieuwe wagens nog zou bestellen voor 01/07/2023, dan kan u nog geruime tijd toepassing maken van de huidige fiscale en parafiscale regels. Ook dat biedt extra bedenktijd voor u als werkgever.

Tot slot kan je uiteraard ook beslissen om de aankoopoptie niet te lichten en opnieuw een wagen te leasen. Dat doe je dan best voor 31/12/2022 voor plug-in hybride wagens en in elke geval voor 01/07/2023. Alle aflopende leasingovereenkomsten die worden vervangen na 01/07/2023 vallen immers onherroepelijk onder de nieuwe fiscale en parafiscale regels. Wil je dan terug richting 100% fiscale aftrekbaarheid, dan ben je eigenlijk verplicht om over te stappen naar een emissievrije wagens.

⇒Uiteraard moet elk van deze mogelijkheden financieel afgetoetst worden.

 

5          Wat is het alternatief ?

Je kan als werkgever ook beslissen om geen wagen meer ter beschikking te stellen en in dat verband een uitdoofregeling in te voeren (bv na afloop per leasingovereenkomst). Dat is een beslissing die ook vanuit arbeidsrechtelijk perspectief de nodige aandacht vereist want zoiets kan u als werkgever niet eenzijdig beslissen. Daarvoor zal binnen de onderneming een draagvlak moeten gecreëerd worden. We zien die vraag rond het afschaffen van de bedrijfswagen overigens regelmatig vanuit buitenlandse moederhuizen komen.

Maar de werkgever moet niet noodzakelijk bij de pakken blijven zitten.  Oplossingen zijn er wel.

Zo is er het mobiliteitsbudget dat een zachte overstap naar een non-company-car beleid kan inluiden waarbij u de eerste pijler dan zou uitschakelen en u uw werknemers duurzame mobiliteitsvormen binnen de tweede pijler kan aanbieden (in combinatie met de derde pijler). Aan de andere kant heb je dan ook nog de harde aanpak waarbij u de wagen vervangt en compenseert door een persoonlijke car allowance. Die car allowance kan u dan zelf bepalen, in functie van allerlei parameters die u binnen de bedrijfsstrategie rond mobiliteit kadert. Met de car allwoance kan de werknemer dan bijvoorbeeld naar een personal lease overstappen. En dan heb je uiteraard nog het klassieke cafetariaplan.

*        *        *

Aarzel niet om ons te contacteren mocht u over de auto (para)fiscaliteit vragen hebben. We helpen u graag verder.

 

 

 

 

share this news